Muziek leren studeren…Drie tools

Om te excelleren in een vak zijn 10.000 uren nodig. Dat geldt ook voor het musische vak. Dus is het een goed idee om te zorgen dat de pupil die enthousiast en gemotiveerd start met het musische vak, daar goeie Studeer- Tools voor krijgt. Ik geef er hier in tip vorm drie weg. 

Tip 1: Studeren = Focus & Timing

FOCUS

foto: annemieke van der togt

TIMING

Vertel over de spanningsboog waarin je mind gefocused en in analysestand werkt. Dat is namelijk maximaal 7 minuten. Daarna heb je een break nodig. Beroemd voorbeeld: de Suzuki Methode gaat uit van units van 10 minuten waarin kinderen aan het werk gaan om muziek te studeren.

7 Minuten is trouwens hartstikke lang. Daarin kan ​je echt heel vaak een loopje herhalen, een spieroefening doen, een passage op orde krijgen of een couplet uit je hoofd leren. Leg dit uit en vertel dat het dus nuttig is om een klokje in de buurt te hebben als je studeert!

Tip 2: Studeren = Me-Time

Studeren

Me Time

Weinig mensen realiseren het zich, maar studeren is een moment waar je ongebreideld aandacht aan jezelf besteed en met jezelf besteed. ​Wanneer dit besef doordringt, is het makkelijk om ruimte te creëren voor jezelf. 

En om te vragen of je niet gestoord wordt als je bezig bent. Dus geen telefoon opnemen, gene afwas doen of wiskunde sommen uitleggen tegelijk.

Tip 3: Studeren = verschillende Mind Sets​

Set....

Different...

Wanneer je een etude speelt, moet het superperfect. Wanneer je een improvisatie doet gaat het om de flow, de energie en het verkennen van je beeldentaal in muzikale zin. 

En wanneer je een Muziekstuk van kop tot staart leert? Dan is de mindset weer anders.

Geef je leerling deze kennis mee. Dan wordt studeren leuk en een spannende onderneming en geen struggle!​
Binnenkort meer over mindset en muziek! En...In mijn online trainingsprogramma "Love Your Pupils" nog veel meer tips en kunde om je leerling als Pro te coachen en het musische vak bij te brengen!

Share This:

Improvisatie en Inspiratie

Improvisatie…

– Waarom improviseren in jazz, dat vaak niet is….

 

Improviseren! En dat op de piano, dat wilde ik kunnen nadat ik ‘The house of the rising sun’ van Nina Simone had gehoord. Op naar de winkel, kopen dat Real Book en beginnen maar.

 

Thuis zag ik een notenschrift met akkoordsymbolen waar ik niet wijs uit werd. Hoofdletters en kleine letters door elkaar, alleen een melodielijn uitgeschreven, overal cijfertjes die boven naast en onder de letters geplakt zaten…

Jazz writing

Real Book Voorbeeld notenschrift

 

Hoe kan je daar nou in s ‘hemelsnaam improviseren uit leren?

Niet.

 

Het begin van improviseren zit namelijk veeleer in je mindset, als in noten op papier en akkoordenschema’s. Zeker op latere leeftijd is de innerlijke criticus aanwezig – die van: klinkt niet, lelijk, lijkt niet op Chick Korea wat je doet. Temmen die stem. Hoe? Door jezelf in een andere state of mind te brengen. Meer speels. Ludiek. Zoals een kind graag met een blokkendoos speelt. En dan de toren in elkaar wil laten donderen. Plezier van de destructie. De gave van het genieten van het spel. In die hoek moeten we gaan zitten voor de improvisatie.

 

Dat brengt ons gelijk bij wat we gaan spelen. Welke noten? Daar is natuurlijk enige kennis voor nodig. Kennis maakt het verschil tussen kliederen en schilderen. U kent hem wel, de opmerking van de leek voor een schilderij die zucht: ‘Dit kan mijn neefje van drie ook…’.

 

Wat moet er dan zoal in die vingers zitten om te improviseren? Uiteindelijk graag

Toonladders. Allemaal. Maar als start is dat te veel…Dus beginnen we met kleine eenheden. Twee of drie noten. Of alleen de zwarte toetsen. Dat zijn er 5. Dan met ritme, hard en zacht aan de bak. Uitproberen. Zonder angst. Wat dan klinkt lijkt nog lange niet op Bebop of andere improvisaties. Maar de weg om er te komen is ingeslagen.

Mic's and Mic's

Op ‘t conservatorium Den Haag afdeling Jazz – zo een 20 jaar geleden – hoorde ik de meest fantastische manieren van improviseren. De jazzgarde die er opgeleid werd bleek een generatie van grote talenten die nu op de nationale en internationale podia staan. Deze helden van nu oefenden zich suf. In licks, toonladders, vaardigheid, II-V-I oefeningen en al het andere wat een jazzopleiding tot JAZZopleiding maakt. En op de podia in de stad waar gejammed werd tot diep in de nacht kon ik ze allemaal opnieuw horen en meemaken. Ik stond aan de andere kant van de toog en tapte de biertjes en luisterde. En wat verbaasde mij? Na zo een twee weken tappen kon ik de licks meezingen. Sterker nog, ik kon de lijnen en de figuren herkennen. En later zelfs voorspellen. Dus wat nou improvisatie!

 

Kennelijk heeft ook de improviserende jazzmusicus een heel grote archiefkast met voorbeelden, met lijnen, met ideeën, die bestudeerd, ingestudeerd, ontdekt of geleerd zijn. Wat een verademing! Dat improviseren kan je dus… leren en bestuderen!

 

Wat me terugbrengt op de opmerking van het jongetje van drie dat ook moderne kunst schildert. Kunst komt van kunnen. Kunnen plaatsen, spelen, inleven, begrijpen, doen, creëren, deconstrueren, componeren.

 

Muziek maken en musiceren is de podium tegenhanger van het beeldende. En daarbinnen is improviseren is een kunde. Waar kennis voor nodig is. Weer dat woord kunnen. In ‘t Duits zegt men dat als volgt: ‘Kunst kommt von können – nicht von wollen – Sonst hiesse es ja Wunst.’ Improvisatie, een kunde waar kennis voor nodig is.

Dan komt de inspiratie vanzelf.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Share This: